• Bosweg 4 Heino 8141 PZ
  • 0572 – 39 14 62

Herfstachtige wind en regen en de winterse kou; hoe gaat het nu?

Hoe gaat het straks in de winter? Is dat niet te koud? Hoe doe je dat met vorst? Veel gestelde vragen over onze nieuwe stal. Ja, en hoe gaat het nu? Nu we net de eerste vorstperiode achter de rug lijken te hebben. Het was niet extreem koud, maar wel goeie vorst in de nachten en onder nul overdag.

Als er vorst aankomt, maak ik mij altijd druk over de mest die in de buiten verblijven ligt. Die raakt vast gevroren en krijgen we er niet meer uit. Normaliter maken we een deel van de buitenverblijven dagelijks mest vrij. Tijdens de vorst lukt dat niet, wat soms frustratie op levert. Maar nu is het ook extra aandacht op de allerkleinsten op ons bedrijf, de pasgeboren biggetjes. Of eigenlijk vooral tijdens de geboorte van de biggetjes.

Nestelen in het stro

Hoewel de zeugen in een hut liggen met een lekker stro bed, is het er geen 25 graden. De geboorte van de biggetjes vraagt nu meer aandacht. Het is nu nog belangrijker dat de biggetjes vlot biest gaan drinken om energie te krijgen en warm te blijven. Als het koud is, is de kans groot dat ze zich lekker in het stro nestelen om het warm te krijgen. Ze vergeten dan te drinken, ze koelen dan alsnog af, doordat ze geen energie binnen krijgen. En dat hebben ze juist hard nodig zo vlak na de geboorte.

Bovendien is het erg gevaarlijk als ze zich onder het stro nestelen. Als de zeug dan gaat staan en plots weer gaat liggen, is de kans groot dat ze onder de zeug komen en het daarmee niet overleven.

Blijf ik thuis of niet?

Dit alles was voor mij ook het eerste wat ik terug gaf aan mensen die mij vroegen hoe het straks in de winter moest. Ik dacht nog niet eens zozeer aan de drinkpunten die zouden kunnen bevriezen. Nee, het zouden vooral de geboortes zijn die waarschijnlijk meer tijd en aandacht zouden vragen. En ja, dat is zo!

Eén keer per vier weken zijn er geboortes bij ons op het bedrijf. Dat is al prettig, dan hoeven we ons hier niet elke weer druk over te maken. Maar als er dan geboortes zijn en het is rond het vriespunt, dan is een uurtje in de kraamstal zo voorbij. Het is voor mij dan ook afwegen of ik wel of niet van huis ga, wanneer ik verwacht dat er biggen geboren worden. Afgelopen zondag ook zo. Ik besloot om toch even koffie te gaan drinken bij mijn vader in Kampen. Er was één zeug die die dag biggen zou gaan krijgen. Ze was al iets onrustig, maar er kwam nog geen melk uit de speentjes. Voor mij reden om toch van huis te gaan. Met de middag was ik weer thuis, snel het nette pak uit en de werkkleren aan. En ja hoor, de eerste biggetjes waren al geboren. Veelal kleine zwakkere die al last hadden van de kou. Dan is het zorg om hen op te warmen en biest te geven. Een uurtje, twee uur of een hele middag is dan zo voorbij.

Uiteindelijk bleek dat ze 21 biggetjes had. Dat is veel, te veel! En dat maakt ook dat elk biggetje wat lichter van gewicht is en daarmee is de kans ook groter op minder sterke biggen. Voor hen is het juist zo belangrijk om het niet te koud te krijgen en zo snel mogelijk te drinken. Eén zeug vraagt dan veel tijd en energie om ervoor te zorgen dat de biggetjes een goede start krijgen. Maar daar zijn we voor. De zorg voor onze dieren. Of het er nu één of tien zijn. Door de meer natuurlijke omstandigheden in deze nieuwe stal, vraagt het ook meer tijd en aandacht. Maar dat is oké. Zeker wanneer ik ook de rust ervaar die deze nieuwe stal biedt.

Rust

De zeugen zijn rustig in de nieuwe stal. Ze hebben een fijn beschutte ruimte middels de hutten. Rondom het werpen willen ze een nestje maken en zijn ze onrustig. Ze kunnen lekker hun ding doen, voordat het echt begint. Voor de tijd werd mij gezegd dat de dieren waarschijnlijk iets meer natuurlijk gedrag zouden laten zien. Wat betekent dat ze wat agressief richting mij konden doen. Ze willen immers de pasgeboren biggetjes beschermen. Voor mij was toen ook nog, o jee, hoe gaat dat dan rond werpen. Zou ik dan nog hulp kunnen verlenen aan de kleinsten. Want dat is soms echt nodig om ook die zwakkere te kunnen laten overleven. Maar wat is dat een grote meevaller. De zeugen zijn rond het werpen zo rustig en kalm. Ik kan lekker naast de zeug gaan zitten om de biggetjes te helpen met drinken. En dat brengt zoveel.

Koude handen

Mijn drijfveer voor deze stal was om ze onder meer natuurlijke omstandigheden te houden, maar dat zou ook kunnen betekenen dat er meer biggetjes zouden sterven. We hadden er rekening mee gehouden dat het een jaar van overschakelen en bijschaven zou zijn. Maar wat ben ik blij dat dat niet zo is. Middels een pomp kunnen wij het water in de leidingen iets verwarmen. Hierdoor raken de waterleidingen niet bevroren. De dieren drinken voldoende, waardoor ook de waterbakjes over het algemeen dooi blijven. De mestband gaat ook even op de automatische piloot, waardoor ook die niet vast vriest. Dat alles helpt ons het goed dooi te houden, hoewel we geen verwarming bij de dieren hebben en het een open stal is. Mijn handen, die raken af en toe wel wat bevroren…

De dieren hebben het goed in de stal. De dieren voel zich goed in de stal. Zij hebben niet hoeven te wennen. Ik wel! Tja, ik blijf nu eenmaal een koukleum, iemand die het snel koud heeft en niet zo van kou houdt. Maar ach, die koude handen daar komt vast nog een keer een goed paar werkhandschoenen voor. Iemand een tip?

Hi, How Can We Help You?